De Vierde Koning, een vertelsel voor mijn kinderen
Drie Koningen, drie Koningen, geef mij een nieuwe hoed... Ik weet niet of nu nog veel kinderen dit liedje kennen, maar wat ze wel allemaal weten is dat ooit drie koningen het kindeke Jezus in een kribbetje in Bethlehem bezochten. Drie zegt u? In feite waren het er vier! Nu kunnen we de kinderen (en hun ouders) niet verwijten dat ze eeuwen het lot van de drie koningen bezongen. Veel is er niet gezegd en geschreven over de vierde koning. Was ik zelf niet in Sint-Lambrechts-Woluwe komen wonen, ik had nooit of te nimmer van zijn bestaan geweten. Hoezo?
Het zit zo. Sinds ik in Woluwe woon, probeer ik zoveel mogelijk over mijn gemeenten te weten te komen. Niet alleen de geschiedenis, maar ook wie er gewoond heeft en woont, het verenigingsleven, de kunsten enz. Eén van de merkwaardigste kunstenaars die zich hier ooit vestigde is Edgard Tytgat. Zijn verhaal vindt u vroeg of laat in de rubriek "mensen van Woluwe". Naast schilder en bedrijvig uitbater van zijn "Imprimérie de Watermael" was Tytgat ook een veel gevraagd illustrator van de boeken van zijn tijdgenoten. Het is in mijn zoektocht naar informatie en prenten van Edgard Tytgat dat ik bij toeval "De Vierde Koning, een vertelsel voor mijn kinderen, met teekeningen van Edgard Tytgat" van Gerard Walschap heb ontdekt.
In dit kerstverhaal vertelt Walschap het verhaal van de vierde koning die, net als zijn collega's Gaspar, Melchior en Balthazar op zoek gaat naar het kindeke Jezus, de Koning der Joden. Omdat hij echter te vroeg vertrekt en zijn kamelen te snel lopen, ziet hij de ster niet die nog achter hem staat. Het volk in Bethlehem was ook al niet van het meest vriendelijke. "Zô-ôt", riepen ze als hij voorbij kwam en meer van dat schoons. De drie luie koningen komen wel precies op tijd. Na het bezoek gaan ze nog eens langs bij Herodes en vertellen hem dat de nieuwe Koning geboren is. Wat die dan aanricht in Betlehem is algemeen geweten. Alle kinderen moeten eraan geloven maar door een list van een schaapsherder ontsnapt het kind van Jezus en Maria aan de dood. Hoe dit verder gaat is religieuze geschiedenis.
Ten lange leste keert ook de vierde koning op zijn stappen terug maar niet zonder nog eens in Betlehem te gaan kijken. Daar zingen ze ondertussen een toontje lager. In tussentijd was er wel een nieuw gezin bijgekomen met zeven kinderen, waaronder een pasgeborene. De vierde koning kon zijn geluk niet op. Na veel vijven en zessen kon hij het kind meenemen maar beloofde honderd soldaten te sturen om het hele gezin te laten overkomen. Die soldaten moesten dan wel eerst de kindermoordenaar Herodes een lesje gaan leren maar dat mislukte jammerlijk. Simon en Anna, de ouders van het kindje hebben hen nooit zien komen. Herodes zelf is dan maar gestorven aan zweren en aften, rottend in zijn eigen slechte geweten.
Het kindje kreeg ondertussen de beste zorgen en omdat de vierde koning zijn belofte aan de ouders wilde nakomen liet hij overal plakkaten ophangen om hen uit te nodigen in zijn paleis. Simon en Anna waren er zelf op uitgetrokken om hun kind te zoeken en deden alle landen aan met een lied dat Wannes Vandevelde niet beter zou kunnen schrijven. Vele jaren later kwamen ze aan in het land van de vierde koning, waar de mensen ondertussen diepgelovig waren geworden, en vernamen ze dat hun zoon bij de koning in het paleis woonde. De koning, dolgelukkig, liet de helft van zijn paleis verbouwen en nam het de mensen in huis. Maar dan begint het. Het kind, de zoon van God volgens de vierde koning, verneemt zijn verhaal van zijn ouders en wil subiet de vierde koning opvolgen. Zijn ouders spraken hem niet tegen. De vierde koning mocht nog net in een hoveniershuizeke blijven wonen. De nieuwe koning nam zijn rol wel heel erg serieus en vond ook dat alle andere koningen maar naar hem moesten luisteren. Hoe het allemaal afliep, ik zal het hier niet vertellen. Wat ik nog kwijt wil is dat de vierde koning er zelf nog het leven bij liet maar dat alles uiteindelijk toch nog goed redelijk goed terechtkwam.
"De Vierde Koning, een vertelsel voor mijn kinderen" is een heerlijk verhaal voor kinderen. Zeer humoristisch geschreven maar ook wel droevig en gruwelijk. Wie het ooit wil voorlezen, zal misschien wel hier en daar enkele passages overslaan al zijn de videogames van vandaag wel bloediger dan de stripverhalen van Jommeke. Onder de naïeve lijnen van het vertelselke zit een erg kritische schets van de mens zoals Walschap hem zag, niet rationeel maar vol tegenstrijdigheden en irrationaliteit. Het is een verhaal van naïef geloof, machtsdrang, waanbeelden en hebzucht. Walschap kruidt zijn kerstverhaal met grappige verwijzingen naar de de zeden en kleinmenseljke trekjes van zijn tijd. De tekeningen van Edgard Tytgat, die vooral in zijn prenten een zeer humoristische kronikeur van zijn tijd bleek, versterken dit alledaagse karakter van het verhaal.
Walschap schreef het boek in 1935. Tegen een achtergrond van opkomend nazisme en bewapening krijgt het verhaal ook een sterke maatschappijkritische inslag. Het gaat niet langer over de koning van de Joden maar over een valse koning die snel blijkt een echte tiran te worden. Kan het zijn dat Walschap wilde waarschuwen tegen de opkomst van Hitler en de naïviteit (of laksheid) van de andere mogendheden? Het programma van Hitlers NSDAP verborg diens werkelijke intenties niet en de jodenvervolging was al op gang gekomen. In 1933 ging de NSDAP alleen regeren. In 1935 werd bepaald dat joden niet meer met personen van Duits bloed mochten trouwen en geen staatsburgers waren. Joden in overheidsdienst verloren hun baan, joodse winkels werden geboycot, joodse kinderen werden van school gestuurd enz.
De kans is klein dat u het boek nog vindt in de boekhandel. Er verschenen nieuwe drukken in 1983 en 1991. Ik zelf heb een tweede druk van 1941 op de kop kunnen tikken. Wie het verhaal wil lezen kan wel terecht in de Sint-Lambertusbibliotheek (gc Opweule). Ik weet niet of hun versie de oorspronkelijke tekeningen van Woluwenaar Tytgat bevat. Zoniet kan u deze altijd hier bekijken. Verhaal en tekeningen vormen een leuk geheel.