Een korte voorgeschiedenis
De wintermaanden zijn in de druiventeelt heel rustige maanden. De stokken slapen en wachten op de eerste zonnige dagen om opnieuw aan het werk te gaan. Tijd misschien om kort de voorgeschiedenis van deze Brusselse druivenserre te beschrijven.
Het huis dat mijn echtgenote en ik kochten, werd in 1933 gebouwd op het erf van een boerderij. In die tijd was Sint-Lambrechts-Woluwe nog een heel landelijke gemeente met vele grote boerderijen, velden, landbouwproductie. Op het erf werden de dieren gehouden, paarden, koeien en kippen. Er werd witloof en ander groenten geteeld. De landbouwer had ook het ingenieuze idee om een serre te bouwen voor druiven. Op deze foto kan u zien hoe de serre eruit ziet. Het is een zogenaamde lessenaar. De kas werd tegen een muur aangebouwd. De druivenstokken groeien tegen de hellende glaswand op. Deze is recht naar het Zuiden gericht. Tijdens de zomer kan de temperatuur in de serre dan ook gemakkelijk oplopen tot 50 graden en meer. Onder de serre bevindt zich een groot waterreservoir waarin het regenwater van de serre wordt opgevangen. Met dit water wordt de serre, in de lente, tot tweemaal toe blank gezet om het schieten van de stokken op gang te brengen.
Hoewel in die tijd nog op andere plaatsen druiven werden geteeld in het Brusselse, was onze druivenserre toch een hele attractie in de gemeente. Jaar na jaar kwamen de klasjes van de gemeenteschool een bezoekje brengen aan de serre. De druiven werden geteeld voor de eigen consumptie maar ook om te verkopen.
De oorspronkelijke druivenstokken stonden nog steeds in de serre toen we ons huis kochten. Ze gaven echter al enkele jaren geen vrucht meer omdat ze zeer kort werden gesnoeid. Begrijpelijk ook, de druiventeelt is een zeer arbeidsintensieve teelt en bovendien, zeker in een serre, zeer belastend voor de rug. Om te verhinderen dat de serre overwoekerd werd door de takken die jaar na jaar tegen een bijna zichtbare snelheid uitschieten, werden deze onmiddellijk weggesnoeid.
Om niet al te lang op nieuwe duiven te moeten wachten, heb ik de oude druivenstokken tot op een halve meter hoogte afgezaagd en één scheut van net boven de grond naar boven geleid. Het alternatief was zorgen voor nieuwe aanplant die minstens drie jaar moet groeien vooraleer vrucht te geven. Doordat de opgeleide scheuten ten volle kunnen genieten van de voedingstoffen die door het oude en wijd vertakte wortelstelsel worden aangeleverd, kon ik vorige herfst al de eerste trossen oogsten. Verrukkelijk!
Bovendien kon ik scheuten afleiden en in volle grond wortel laten schieten waardoor ik enkele uitgeleefde oude stokken kon vervangen. Vanaf nu kan ik geleidelijk aan deze oude stokken vervangen door de nieuwe scheuten.
Vandaag is deze druivenserre wellicht één van de laatste getuigen van de druiventeelt in het Brusselse. In Schaarbeek is er nog een kleine wijngaard actief. Ik ken zelf nog een tweede druivenserre in Sint-Lambrechts-Woluwe. Als we ons echter inbeelden dat gemeenten als de Woluwes, Evere, Ukkel, Oudergem, Watermaal-Bosvoorde niet langer dan 50 jaar geleden nog behoorlijk landelijke dorpen waren dan is het duidelijk dat de nobele duiventeelt hier ooit erg populair was. De glooiende hellingen van de valleien van de Woluwe, de Roodebeek, de Maalbeek en de Zenne bieden bovendien een perfecte biotoop voor deze teelt die maximaal moet kunnen genieten van de zon.
Ik heb me voorgenomen om dit stukje historisch patrimonium opnieuw in volle pracht te herstellen en in ere te houden. Dit zal tijd en energie vragen maar de beloning is zoet en komt ieder jaar in volle trossen aan de druivenstokken gegroeid. Wie weet in voldoende mate om ooit nog eens een Roodebeeks wijntje te maken. Het relaas van dit verhaal zal u maand na maand volgen in deze rubriek.