Eindelijk! De Blijden Terugkomst van de Hertogen
Eindelijk! De geschiedenis krijgt haar rechten. Het is al van 1430 geleden dat er nog een deftig woord over ons, de Hertogen van Brabant, geschreven werd. En toen was het nog geen plezante historie. Onze Filip was na het avondeten een beetje ziekjes geworden en in zijn ledekant gekropen. Hij is er niet meer uitgekomen. Vergiftigd zeggen de enen, gestorven aan te veel eten, de anderen. Wij weten het niet, hij heeft het ons niet meer kunnen vertellen.
Om te beginnen is hier toch een dikke merci gepast aan die jonge kerel die ons hier zo nu en dan eens ons gedacht laat zeggen. Hector noemt hij, denken we, of toch zo iets. Men zegt ons dat zijn wieg in een uithoek van ons hertogdom stond, Geetbets geloven we. Schoon dorp maar een beetje afgelegen toch. En zo juist tegen het Graafschap Loon. Ge moet daar toch altijd goed uit uw doppen kijken als ge op uw veld staat te werken. Waarschijnlijk daarom heeft hij op een dag zijn biezen gepakt en is hij korter bij ons komen wonen. Neen, niet in Leuven potverdrie, in Brussel.
Wie wil er nu Leuven wonen? We geven het toe, we hebben daar zelf een tijdje ons optrekje gehad. Maar sinds we daar weg zijn is het er zeker niet op vooruit gegaan. Tobback hebben ze gekregen! Al 12 jaren en nu gaat hij er nog een stukske aan breien. Ge zoudt toch al voor minder uw schup afkuisen zeker.
Maar onze vriend Hector is van de regen in de drop verzeild geraakt. In plaats van binnen de ommuurde vijfhoek te blijven wonen, koopt hij toch niet een stukske grond op den boerenbuiten. Allé, in onzen tijd was dat toch den buiten. En vochtig! Met al die beken en rivieren die daar af en toe het spel onder water zetten. Maar, toegegeven, wel schoon. En braaf mensen, zeker sinds dat Sint-Lambertus daar een paar kerken en kapellekes heeft gebouwd.
Maar lap, Hector is nog niet goed en wel geïnstalleerd of hij krijgt daar een zekere Oliverius Meingein op zijn dak. Meingein? Zonder gein ja. t' Is voorwaar een rare apostel. Men zegt ons dat zijn moeder een Hollandse is. Ge moet daar mee oppassen, met die Hollanders. Voor ge het weet, pakken ze een stuk van uwen territoir af en steken ze het in hunne Staten-Generaal. Allé zeg, wat is dat nu voor weer voor iets, Staten-Generaal? Allemaal generaaltjes die denken dat ze de Staat mogen besturen. Het lijkt bijna op de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Nu we het zeggen en schrijven, dat Hollands bloed is er precies toch niet helemaal uit te krijgen. Lazen wij niet dat diene Meingein ergens geschreven heeft dat hij de "Brusselaars van de brede buitenrand" onder zijn vleugels wil nemen? Dat is dus nog maar justekes burgemeester van één van de grensdorpen van zijn gewestje en dat begint al te denken dat hij in onze voetsporen mag lopen. Potverdekke. Hadden we nog meiers die ons commissies overal gingen doen, we zouden hem eens zijn oren gaan wassen.
En wat is dat dan, Brusselaars van den buitenrand. Brabanders zijn het! Was onze Jan I niet den Duits in de pan gaan slaan in Woeringen dan hadden ze nooit de kans gekregen om zo hoog van hunne scheven toren te blazen. En ze zijn er dan nog rijk van geworden ook, daar in hun Broeksele, alleen maar omdat ze justekens tussen Brugge en Keulen lagen. En wat hebben wij, de hertogen hiervoor als dank gekregen? Stank voor dank, ge moet in de zomer maar eens te dicht bij de Zenne gaan staan. Onze Jan III is dan nog zo goed geweest om hen ieder jaar hunne meyboom te laten planten. Kwestie van dat ambras met de Leuvenaars op te lossen. Hij had hun potverdekke beter nen draai rond hun oren gegeven met die meyboom. De bende zatlappen.
Maar goed, Meingein wil dus de Brabanders gaan verdedigen. Tegen wie of wat is ons nog niet duidelijk. We zullen er wel achter komen. Maar dat hij alvast maar begint met de taal van die Buiten-Brusselse Brabanders aan te leren. Als wij ons niet vergissen wonen er in die brede buitenrand toch nog een pakske meer echte Brabanders dan Bourgondiërs. Anders gaan ze hem daar niet graag zien komen.
Misschien dat we diene Hector eens moeten uitnodigen op ons hertogelijk paleis om hem een paar truken te leren om diene Meingein aan zijn oren te trekken? Wat horen we, ons paleis staat er niet meer? De Brusselaars hebben het laten verkrotten en vergaan? Potverdorrie, hadden we het niet geweten. Brusselaars en Hollanders, ze willen altijd het laatste woord hebben maar hunne boel onderhouden, da's wat anders. 't Is niks te laat dat we terug onder de mensen zijn om ons gedacht eens te zeggen. Beste Brabanders, ge gaat nog van ons horen!
Uw dienaars,
De Hertogen van Brabant