« Brusselse Chipolata | Main | De Vierde Koning, een vertelsel voor mijn kinderen »


I. De oorspong en de geografische kenmerken van Sint-Lambrechts-Woluwe

Vandaag is Sint-Lambrechts-Woluwe een verstedelijkte gemeente. We kunnen ons nu nog moeilijk inbeelden dat onze gemeente, net zoals gans het Brussels gewest en de helft van ons land, ooit overspoeld was met water.

We weten nu dat in de eerste tijden, de zeeën immense vlaktes bedekten en op de bodem aanslibbingen van zand en leem achterlieten die nu nog, op enkele honderden meters onder de oppervlakte aangetroffen worden. Gigantische vissen met enorme kaken vormden zowat de hoogste levende ontwikkelingsvorm. Noch vogels, noch vleeseters, noch mensen bestonden. Het plantenrijk werd gevormd door algen, bodemdekkende planten en korstmossen, tevens de eerste tekenen van leven op onze planeet.

Het zou nog duizenden eeuwen duren, tot het steenkooltijdperk, vooraleer de eerste boomvormige vegetatie voorkwam. Deze had een tropisch karakter en werd vooral gedomineerd door gigantische varens. Deze nieuwe flora volgde op een apocaliptisch cataclysme tijdens het welke ook ons land, of toch hetgeen ons land zou worden, in alle opzichten werd geschokt. Geologen verwijzen hiernaar als de "onderzeese uitbarsting van de Quenast". Vanuit het hart van de aarde, onder de zee, stuwde een gloeiende stroom lava naar boven, die enorme golven verwekte en deze ook kokend heet maakte. De hemel werd verduisterd door stoom en assen. De lava stolde en vormde de "kam van Quenast", een dorp in Waals-brabant, waar nu nog vulkanische rotsen worden afgegraven om straatkasseien of "kinderkopjes" te maken.

Na het stilvallen van deze uitbarstingen in het Siluur tijdvak werd door talloze bewegingen van de aardkorst de bodem opgeheven. Zo ontstond het "Brusselse continent" dat echter slechts tijdelijk onbedekt bleef aangezien de zee het in de volgende periodes opnieuw overspoelde om zich pas later terug te trekken. Onze gewesten kwamen een twintigtal keer onder water te staan. Door deze opeenvolgende maritieme en continentale periodes werden een aantal geologische lagen gevormd die ons nu in staat stellen ons geologische verleden te ontdekken. Lagen zand, leem, krijt (1) en slib, die typisch zijn voor deze maritieme periode, bedekken grote delen van Sint-Lambrechts-Woluwe en getuigen ervan dat onze gemeente zich lange tijd op de bodem van de zee bevond. Deze kaart geeft een mooi beeld van ons land tijdens het late Paleolithicum of de oude steentijd

Bij aanvang van het Primaire Kwartair nam de vegetatie toe in omvang en soorten. De gigantische cactusachtige bomen die hier tijdens het Secundair en Tertiair tijdperk stonden, maakten plaats voor bomen met meer bladeren. Het gebied dat nu met Brabant overeenkomt krijgt zijn huidige vorm. In tussentijd was ook het dierenrijk sterker ontwikkeld. Er waren mammoets, neushoorns met pels (2), iguanodons, rendieren, herten, vogels met enorme tanden. De vallei van de Zenne was zeer breed. Van mensen was hier nog geen spoor.

In deze periode deed er zich een nieuw cataclysme voor waardoor een groot aantal diersoorten zoals de mammoet, de iguanodon, de dinosaurus,... definitief werd uitgeroeid. Als gevolg van nog onbekende redenen begonnen de sneeuw en ijsvlaktes die centraal-Europa bedekten zeer snel te smelten. Hierdoor zwelden alle rivieren en steeg het waterpeil van de oceanen. Het water won het opnieuw op het land en enkel de diersoorten en planten van de hoger gelegen gebieden overleefden. Het is niet duidelijk hoe lang onze gewesten onder water stonden maar als gevolg van deze overstromingen werden ze bedekt met een laag zeer fijn en zeer vruchtbaar slib van een twintigtal meters dikte.

Bij het terugtrekken van het water werden de beddingen van de rivieren getrokken in de zachtere bodem. Het leven hernam. De dieren planten zich voort en de vegetatie zaaide opnieuw uit. De stabiele geografische periode die we nu nog kennen, vatte aan. Eigenlijk ontstond een gans nieuwe wereld. De voorhistorische diersoorten bestonden niet langer. Rendieren waren naar het Noorden uitgeweken, leeuwen en hyena's naar het Zuiden. Als ook de mensen zich in onze contreien vestigden waren ze vergezeld van talloze, ondertussen gedomisticeerde, diersoorten: runderen, paarden, geiten, ezels, honden, varkens, enz. (3)

Voordat de mens zich in de Brusselse regio vestigde, namen bossen enorme oppervlaktes in. Met name het Zoniënwoud was veel groter, veel wilder en er waren veel meer dieren dan nu het geval is. Het vormde een uitloper van het immense "Ardeense Woud".

Het grondgebied van Sint-Lambrechts-Woluwe

Het grondgebied van Sint-Lambrechts-Woluwe was in die tijd deels bedekt met bossen en deels met de uitlopers van het Zoniënwoud. Het belangrijkste deel van het Zoniënwoud op de bodem van Sint-Lambrechts-Woluwe was het "Linthoutbos", zo genoemd naar het grote aantal lindebomen dat er te vinden was. (4) Het strekte zich uit van het huidige Eeuwfeestpark over gans het hoge Woluwe en nam, op het grondgebied van de gemeente, zo'n 70 hectaren in beslag.

Abbé Mann neemt in zijn interessante werk uit 1785 een prachtige topografische kaart op van onze gewesten. Hij beschreef Sint-Lambrechts-Woluwe als volgt: "Verder dan het Linthoutbos, het Solbos en het Ter Kamerenbos bevindt zich een veel bredere kloof met een behoorlijk grote stroom, genaamd de Woluwe of de Weule. Deze heeft haar belangrijkste bronnen in het Woud boven Bosvoorde. Gans deze vlakte tussen de genoemde bossen en het zogenaamde Zoniënwoud is een soort inham van het woud. Ze wordt bijna volledig ingenomen door bewerkte gronden. We vinden er veel vijvers en steengroeven. De bodem van de vallei bestaat bijna volledig uit houtturf. De Weule is de belangrijkste rivier boven de Zenne... Haar bronnen vormen tot 18 vijvers in het woud alvorens in een stroom samen te vloeien ter hoogte van Bosvoorde."

De kaart van Abbé Mann geeft ons een heel precies idee van de omvang van het Linthoutbos en het Ter Kamerenbos en van de grenzen van het Zoniënwoud. De grondgebieden van Watermaal, Boondaal, oudergem, Bemel, Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Lambrechts-Woluwe lijken allemaal gebieden die voordien bebost waren en pas sinds de Romeinse periode bewerkt.

De wegen

De eerste wegen of de "via" in ons land werden aangelegd door de Romeinen. Voor hen konden reizigers enkel gebruik maken van paden. Sommige historici geven aan dat er reeds in de tijd van de Eburonen en de Nerviërs, dus van voor de Romeinen, een primitieve route doorheen het woud liep. Deze vertrok van Leuven tot het gehucht "Voskapel" in Sterrebeek van waaruit ze naar het Zuiden liep via Wezenbeek, Sint-Lambrechts-Woluwe, Bemel en Watermaal-Bosvoorde. Het ging om de Diewech, of Diedewech, of Dyedewech, die in oude documenten ook aangegeven werd als Steenstraete of Oudestraete. De Somberstraat, de Vervloesemstraat tot aan de Roodebeeksteenweg, een stukje van deze steenweg, de Théodore Decuyperstraat en de Hof ten Bergstraat zijn waarschijnlijk delen van deze antieke route.

De naam Dieweg komt nog voor op het kadastraal plan van 1825 van Sint-Lambrechts-Woluwe als zijnde de oude benaming van de Kleine Bergstraat die in het verlengde lag van de Hof ten Bergstraat. Anderzijds vinden we in Kraainem ook een "Oude baan" die aantoont dat de Dieweg ook door deze gemeente liep. Voorbij de Kleine Bergstraat (in Sint-Stevens-Woluwe) draaide deze richting Oosten voor de Leuvense Steenweg om over Kraainem verder te lopen. Op de kaart van Abbé Mann kan nog heel precies het traject van dit pad van de Eburonen, dat nadien een Romeinse via werd, worden gevolgd.

De Tweehuizenstraat, voorheen Tweehuizenweg genoemd, is eveneens een zeer oude weg die op de oudste kaarten van Sint-Lambrechts-Woluwe aangeduid wordt. Soms werd deze beschouwd als een deel van de oude Dieweg omdat ze in het verlengde lag van de Vervloesemstraat. Alphonse Wauters zegt bijvoorbeeld, als hij het over een oude hoeve van Woluwe heeft, dat "zij aan de Steenstraete of de Diewegh lag, namen onder dewelke men, naar het schijnt, de weg aanduidde die van Twee Huizen tot de kerk Van Sint-Lambrechts-Woluwe liep." (5) Toch is de Steenstraete niet de Twee Huizenweg maar wel de huidige Théodore Decuyperstraat. Het gaat hier echter om een duidelijk misverstand dat waarschijnlijk het gevolg was van het grillige en onregelmatige pad dat de Dieweg volgde.

Vermelden we eveneens dat de Roodebeeksteenweg gedurende eeuwen de weg was die langs het bos ten Zuiden liep, zonder in het begin een eigen benaming te hebben.

Buiten deze "hoofdwegen" bestonden er in onze gemeenten enkel wegjes en aardepaden die tot aan de kastelen, de boerderijen en de molens liepen.

(1) Krijt is het residu van miljarden schelpjes van minuscule weekdiertjes uit de maritieme periodes.
(2) In 1912 heeft men aan het Ronde Punt Sint-Michiel (huidige Montgomerysquare) de resten van een neushoorn ontdekt.
(3) Zie ook Louis Hymans - "Bruxelles à travers les âges", Tome I, p. 13 e.v.
(4) De lindeboom was zeer sterk verspreid in Woluwe en vormt daardoor de basis van heel wat plaatsnamen: Prekelinden, Lindenplein, Lindekemalemolen,...
(5) Alphonse Wauters - "Hist. Env. de Bruxelles, Tomme III, p. 226


Gepost door Stefan Ector op February 21, 2007 | | Commentaren (0)



Post een reactie

(Als dit je eerste reactie is, zal deze eerst moeten goedgekeurd worden door de site-eigenaar. Tot dan zal de reactie niet verschijnen op de site. Bedankt voor het wachten.)