Van Vlaams dorp tot meertalige voorstad
De eerste getuigen van vaste bewoning in Sint-Lambrechts-Woluwe gaan terug tot de 12de eeuw. Daarmee is onze gemeente bijna zou oud als Brussel, in wiens schaduw Sint-Lambrechts-Woluwe gedurende eeuwen een rustig bestaan leidde als een kleine, zeer landelijke gemeente. Aan de oevers van de Woluwe, de woelige rivier die regelmatig de velden onder water zette, konden grote boerderijen ontstaan en later ook kleine industrieën. De nabijheid van de stad zorgde wellicht voor een vaste, goed betalende afzetmarkt.
Sint-Lambrechts-Woluwe was een Vlaams dorp. De eerste kaarten waarop Sint-Lambrechts-Woluwe werd aangeduid duidden op twee dorpskernen: rond de Sint-Lambertus-kerk en Roodebeek. Vlaamse namen die duidelijk maken dat het inderdaad over kleine, Vlaamse gemeenten ging. Ook de namen van de oude hoeven, Hof ten Berg, Caeyershuis, Hof ter Musschen, ... bevestigen dit Vlaamse karakter. Des te verwonderlijk mag het heten dat er nooit een Nederlandstalige geschiedenis over onze gemeente werd geschreven. Het gemeenschapscentrum Opweule bundelde wel een aantal verdienstelijke vertalingen van artikels van Franstalige medewerkers van het gemeentemuseum, maar een echte systematische geschiedschrijving kan dit niet worden genoemd.
De gemeente heeft haar landelijke karakter tot een stuk in de 20ste eeuw weten te behouden. Verschillende kunstenaars vestigden zich hier, in de glooiende vallei van de Woluwe. Constant Montald is wellicht de beroemdste onder hen maar anderen zoals Adriaan Madyol, Jean-Baptiste De Greef en Jan Stobbaerts waren hem voorgegaan. Nadien vonden ook mensen als Oscar Jespers, Raymond de Meester de Betzenbroeck en Edgard Tytgat de weg naar Woluwe. Had onze gemeente verder van Brussel gelegen, ze had wellicht het Latem van de hoofdstad kunnen worden. De verstedelijking onder druk van het uitbreidende Brussel en de komst van een gegoede burgerij hebben er echter anders over beslist. Het idyllische karakter dat Montald in zijn "découverte" vond, ging verloren.
Deze verstedelijking heeft ook de grootschalige verfransing ingeluid. Sint-Lambrechts-Woluwe werd een voorstad van het overwegend Franstalige Brussel. Toch bleef onze gemeente ook nog een stukje van haar Vlaamse dorpse karakter behouden, gelukkig maar.
In 2000 verscheen "Histoire de Woluwe-Saint-Lambert", een lijvig naslagwerk dat de geschiedenis van onze gemeente zeer gedetailleerd verhaalt. De basis van dit werk werd echter al in 1953 gelegd toen conservator Marie-Thérèse Van Eeckhout van het gemeentelijke museum haar Esquisse Historique de Woluwe-Saint-Lambert publiceerde. Ook in het Frans maar neutraler dan het onder leiding van FDF-schepen Frankignoul tot stand gekomen boek van 2000.
Het is de historische schets van conservator Van Eeckhout die ik als vertrekpunt neem van de artikels in deze rubriek. Het is uitermate spijtig dat de gemeente nooit de moeite heeft gedaan dit werk te vertalen. Dit werk, waarschijnlijk tot stand gekomen met veel minder tijd en middelen dan aan het latere boek werd besteed, verdiende deze vertaling. Het is zeer volledig, goed gedocumenteerd en bovendien vlot en aangenaam geschreven. Het leest als een roman, ook voor een niet-Franstalige, en dat kan niet van het hoogdravende "Histoire de Woluwe-Saint-Lambert" worden gezegd.
Vandaag is onze gemeente een kosmopolitische voorstad van de hoofdstad van Europa geworden. Bijna 30 % van de inwoners heeft een andere dan de Belgische nationaliteit. In winkels en op straat worden alle talen van Europa gesproken. Ik hoop dat ik met deze Nederlandstalige bijdragen over de geschiedenis van onze gemeente ook een beetje kan aantonen dat Sint-Lambrechts-Woluwe al lang niet meer de Franstalige gemeente is waarvoor sommigen het nog steeds willen laten doorgaan.