Eind van de winter en het voorjaar
Enkele zonnige dagen volstaan om de druivenstokken wakker te schudden en de eerste scheuten op de houterige stokken te zien verschijnen, zeker in een druivenserre. Hier ziet u hoe snel dit kan gaan. Tussen de droge bladeren van vorig jaar breekt de nieuwe aanwas door, zoals u ook op deze foto kan zien.
Niet alleen de druivelaars zijn overigens al opnieuw in aanwas, ook de vijgenboom die ik vorig jaar in de serre plantte, schiet uit en begint al vrucht te dragen. Het belooft een vruchtbaar jaar te worden.
In de serre is nu nog niet veel werk. Wel zal ik binnenkort het onkruid moeten wieden waarna ik de serre twee keer volledig onder water zet. Hiervoor gebruik ik het regenwater dat onder de serre opgevangen wordt in een regenwaterput van misschien wel 10.000 liter. Eens dit gebeurd is, is er geen houden meer aan en kan men de nieuwe takken zien groeien. In afwachting moet ik wel werk maken van de renovatie van de serre zelf. De oude stopverf is immers volledig uitgedroogd en op verschillende plaatsen los gekomen. De ijzeren raamstructuur is eveneens aan een roestwerende verfbeurt toe en bovendien hebben de kraaien verschillende vensters gebroken. Om noten te breken laten ze deze immers vallen op al wat hen hard lijkt, dus ook op serreruiten.
Ook buiten de serre komt de natuur opnieuw op gang. Eén van de twee druivelaars begint te bloeien. Kijk maar hier en hier. En deze bloemen maken ons duidelijk dat het Paasfeest dichtbij komt.
Wie wil beginnen met het aanplanten van druivenstokken moet nu wel in gang schieten. Best wordt de grond een tijdje voor het planten klaargemaakt. De gond loet onkruidvrij worden gemaakt en goed en diep geploegd of gegraven. Als het nodig is wordt kalk en verder compos of andere organische mest opgebracht en onder de gerond gemengd. Koemest is prima hiervoor. Zorg wel voor een goede grond/mest mengeling anders kunnen de jonge wortels verbranden. De grond moet nu een tijdje tot rust komen. Wie een kleine "wijngaard" wil beginnen, kan hierna de rijen uiteztten met behulp van een lijn. Hierlangs worden de palen en druivenstokken gezet.
Het aanplanten zelf gebeurt pas later. Eind april of begin mei. Mijn vader stopt bijvoorbeeld geen plant in de grond voor de "ijsheiligen". Voordien kan een beetje nachtvorst de jonge plant kapotvriezen.
Stokken dienen voor het planten koel te worden bewaard zodat ze niet te snel uitlopen. Daardoor schieten de knoppen pas uit als het risico op nachtvorst geweken is. De stokken worden tot boven de wortels in de grond geplaatst. Dat moet niet echt diep, druivelaars groeien zowel boven als onder de grond uitermate snel. In warme landen kunnen de wortels tot tientallen meters diep op zoek gaan naar water. Plaats direct na het planten een bamboestok naast de plant en leidt de scheuten hierlangs. Als er hazen of konijnen in de buurt zijn moet ook een gaasdraad of een plantenkoker rond de scheut worden geplaatst. Plantenkokers vormen ook een goede bescherming tegen felle zon, wind of koude.