Open Vld-gemeenteraadslid Stefan Ector over de begroting 2007
Bij de bespreking van het nieuwe huishoudelijke reglement van onze gemeenteraad heeft onze burgemeester verklaard dat, alle termijnen in acht genomen, de gemeenteraadsleden minstens 2 weekends zouden hebben om de begroting te bestuderen.
Ik weet niet hoe het voor de collega's het geval was maar ik zelf heb mijn begroting vorige maandag ontvangen. Ik ga hier niet over polemiseren en ik zal ook niet zeggen dat dit slechte wil was, maar één conclusie wil ik wel trekken en dat is dat onze burgemeester geen sterk rekenaar is.
Nu moet u dat zeker niet als een verwijt beschouwen, mijnheer de burgemeester. U bent jurist, kamerlid, burgemeester, lijsttrekker en misschien na de verkiezingen wel minister, dus u zelf moet eigenlijk niet kunnen rekenen. U heeft mensen die dit voor u kunnen doen.
Wat echter wel problematisch is, zo niet erg zorgwekkend, is dat uw schepen van financiën, die dus in uw plaats het rekenwerk moet doen, ook niet kan rekenen. Gevolg hiervan is dat deze begroting voor het eerst zeer zwaar in de rode cijfers gaat en dat het college zo goed als alle reserves die in het verleden werden opgebouwd nu reeds heeft opgesoupeerd. Ik vrees ik dat er met deze begroting een einde komt aan het jarenlange gezonde financiële beleid dat het kenmerk was van de bestuurscolleges van zijn voorganger.
Ik ben ervan overtuigd dat dit college en vooral deze schepen van financiën dringend het geweer van schouder moeten veranderen willen we niet verzeild raken in een quasi uitzichtloze financiële situatie. Een situatie die, gezien de belastingwoede die sinds gisteren toegeslagen is in onze gemeente, enkel maar kan leiden tot nog hogere belastingen.
De Inkomsten
Beste collega's, ik zal mij in mijn tussenkomst beperken tot de belangrijkste cijfers in deze begroting. Om te beginnen wil ik het hebben over de inkomsten.
Wat de aanvullende personenbelasting betreft, heeft de schepen van financiën een bedrag van 10.466.661 euro ingeschreven hetgeen een stijging is van 1,7 % ten opzichte van vorig jaar. Om de juistheid van dit cijfer te staven, verschuilt hij zich achter de federale Minister van Financiën die hem dit cijfer meedeelt. Of dit correct is weet ik niet. De brief van de federale overheid, waarvan mij een kopie zou worden bezorgd, heb ik nog niet gezien.
Belangrijker is evenwel te weten dat de cijfers van de federale belastingsadministratie nooit overeenkomen met de werkelijke geïnde belasting. Integendeel, de vastgestelde rechten liggen meestal een stuk lager dan de meegedeelde cijfers. Ook in onze gemeente hebben we dit kunnen vaststellen. In de begroting 2005, waarvoor we al het definitieve bedrag van de inkomsten kennen, bedroeg dit werkelijk geïnde bedrag 98% van het ingeschreven bedrag. Uw voorganger, mijnheer de schepen van financiën heeft hiermee rekening gehouden en heeft, terecht volgens mij, in 2006 een belastingopbrengst ingeschreven die lager lag dan deze van 2005.
De reden van deze terugval is in belangrijke mate is dat een aanzienlijk aantal van de inwoners die belastingen betalen in ons land en dus ook in onze gemeente verhuizen en vervangen worden door inwoners die geen inkomensbelastingen verschuldigd zijn in ons land: Europese ambtenaren, expats, diplomatiek personeel en dergelijke meer.
Uit vergelijking van de verschillende cijfers van het NIS blijkt dat er in 2004 netto 41 Belgische belastingbetalers minder woonden in onze gemeente, in 2005 141 en in 2006 maar liefst 604. Op 3 jaar tijd is dit een verlies van bijna 800, hetgeen kan tellen op een bevolking van 40.000 inwoners.
De conclusie is hard maar onweerlegbaar: de werkelijke inkomsten aan personenbelastingen in onze begroting zal niet toenemen, zoals onze schepen van financiën hoopt te geloven, maar eerder afnemen.
Laten we bijvoorbeeld de (voorzichtige) hypothese van 2005 als uitgangspunt nemen en de inkomsten die meegedeeld werden herberekenen naar de werkelijke opbrengst, dan mogen we ervan uitgaan dat de werkelijke inkomsten 98% bedragen van het ingeschreven bedrag. In cijfers: 10. 257.327 euro in plaats van 10.466.661 euro, een verschil van 209.333 euro.
Ook voor de onroerende inkomsten geldt eenzelfde fenomeen. In 2005 bijvoorbeeld bedroeg de werkelijk geïnde onroerende voorheffing slechts 96% van het ingeschreven bedrag. Als we dit percentage toepassen op de in 2007 ingeschreven opbrengst, nogmaals een voorzichtige hypothese, dan komen we op een werkelijke opbrengst dit jaar van 23.940.495 in plaats van 24.839.016, een overschatting dus van 898.520 euro.
Dan is er tenslotte nog de zeer controversiële belasting op de gsm-antennes. We vernamen van de schepen dat hiervoor op een bedrag van om en bij de 720.000 euro gerekend wordt. Collega Thayer heeft gisteren al uitvoerig aangetoond dat de juridische onzekerheid rond deze belasting alles behalve uitgeklaard is. Bovendien valt het niet uit te sluiten dat op andere bestuursniveau's wetgevende initiatieven genomen worden om dit soort economisch bijzonder zeer nefaste belastingen onmogelijk te maken. Ik ga deze discussie niet heropenen. Mijn besluit is evenwel dat het alles behalve zeker is dat de gemeente deze inkomsten effectief in 2007 zal innen.
Als ik mij dus alleen maar beperk tot de belangrijkste inkomstenbronnen in onze begroting dan kom ik tot de slotsom dat meer dan 1,8 miljoen euro van de inkomsten die worden ingeschreven op zijn minst gezegd onzeker zijn.
De Uitgaven
Wat echter veel minder onzeker is, beste collega's, is de stijging van de uitgaven. Deze verhogen met maar liefst 3,4 miljoen euro of een stijging van 4,74 %. Als we de verschillende uitgavencategoriën bekijken, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het vooral de zogenaamde overdrachten zijn die zwaar beginnen doorwegen in onze begroting. Sinds 2004 stegen deze uitgaven met maar liefst 22%. Deze evolutie wordt nu verder gezet en dit gaat ten koste van de normale werking van onze gemeentediensten en van de investeringen.
Ik moet u niet zeggen dat deze evolutie problematisch is. We komen langzaam maar zeker in een situatie terecht waarin de gemeentebegroting en iedere beleidsmarge opgesoupeerd wordt door subsidies en overdrachten aan derden.
Ik kan ook niet anders dan vaststellen dat onze nieuwe schepen van financiën weinig of geen inspanningen heeft gedaan om deze evolutie om te keren. Hij heeft gekozen voor de gemakkelijkheidsoplossing: meer schulden, afbouw van de reserves en vooral hogere belastingen. Om deze begroting rond te krijgen werd het reservefonds op de gewone begroting herleid tot nauwelijks nog 540.000 euro hetgeen meteen duidelijk maakt voor welke uitdagingen we de volgende jaren zullen worden geplaatst.
Zonder deze hold-up op de reserves die onder het vorige college werden opgebouwd, zouden we geconfronteerd worden met een begroting met een deficit van bijna 1,7 miljoen euro op de gewone uitgaven. Het risico is niet denkbeeldig dat dit deficit nog zal toenemen naarmate de werkelijke inkomsten lager zullen uitvallen dan deze die in de begroting werden ingeschreven.
Dit is de eerste begroting van de tandem Veldekens-Maingain. Volgens hen gaat alles, en zal het morgen het nog veel beter gaan. Het is dan ook hun verantwoordelijkheid als morgen zal blijken dat er een immens verschil bestaat tussen de werkelijkheid en de presentatie van de werkelijkheid. Ik vrees echter dat we met deze begroting een kans missen om de slechte financiële situatie recht te zetten en, best collega's van de meerderheid, dat we kostbare tijd aan het verliezen zijn.
Ik dank u.