« 8 juni 2007 | Main | Het patrimonium aan beeldhouwwerken van Sint-Lambrechts-Woluwe »


Ridder Jérôme

't Is weer een tijdje geleden dat de Hertogen zich nog eens in het debat hebben gemengd. Ge moet dat begrijpen, na eeuwen te hebben moeten zwijgen, valt het pallaberen ons toch een beetje zwaar. 't Is bij ons wat anders dan die zwanzeurs die we de jongste weken regelmatig op de TV zien verschijnen. Die vergaderen een paar uur op Hertoginnedal (schone naam voor dat kasteeltje dat nog niet in de verste, verte kan tippen aan ons Hertogelijk Paleis van vroeger) en die komen dan allemaal aan de cloture hunne zeg doen. En dat om nu al weken te vertellen dat er binnen eigenlijk niets was gebeurd en de dag nadien ook niets zou gebeuren. En 's anderendaags stonden ze daar dan weeral om hetzelfde te vertellen.

Eerlijk gezegd, wij Hertogen staken in onzen tijd ook niet veel uit, buiten dan in het jachtseizoen natuurlijk, maar moesten wij dat iederen dag aan de poort komen vertellen en aan de grote klok hangen, d'er zou rap een haar in de boter gezeten hebben, denken we. We zouden ons tienpenningen op onzen dikke buik hebben kunnen schrijven en ons meiers zouden het ook nogal naar hun oren gekregen hebben als ze het volk gingen vertellen wat wij allemaal gedecreteerd hadden.

Bref, vandaag moeten we toch een woordeke placeren omdat we iets in de gazet gelezen hebben dat ons Hertogen toch wel als muziek in de oren klinkt. 't Was wel in 't Frans en dat zijn we ook niet zo gewoon maar allé, we hebben nen effort gedaan om dat artikelke van ne zekere Jérôme de Roubaix in die gazet het Vrij Belgiekske eens goed te lezen.

Onze vriend Jérôme steekt meteen goed van wal in zijn schrijfsel. De brave man moet blijkbaar ook iedere avond naar zijnen TV kijken en die schoon gezichten dan telkens opnieuw hebben horen spreken zonder iets te vertellen want hij heeft het zwaar op zijn heupen gekregen. Heel teleurgesteld is hij want hij heeft nog niemand horen vertellen wat hij eigenlijk wil horen. Als ze dan toch bezig zijn over de "instellingen" en de communautaire toestanden in het land, laat ze dan tenminste ervoor zorgen dat die instellingen radicaal vereenvoudigd worden en verstaanbaar gemaakt voor de gewonen burger van dit koninkrijkje. En hij gaat verder... begint met de gemeenschappen en de provincies af te schaffen en houdt alleen maar drie besturen over: den Belgiek, de gewesten en de gemeenten.

Voilà, dat is nu wat wij, Hertogen van Brabant graag willen horen zie. Keep it simple! Zo deden wij dat ook in onzen tijd. Ieder dorp zijn kapelleke en zijn meier en daarboven wij, de Hertogen. En gene zever van nog eens klein hertogskes en sous-meierkers die allemaal hunne zeg wilden doen en er nog voor betaald wilden worden ook. De mensen wisten ten minste perfect waaraan en waaraf.

Wij, Hertogen, waren al heel gelukkig geweest moest Jérôme het hierbij gelaten hebben maar met wat we ietske verder lazen kon onzen dag, wat zeggen we, onze week, helemaal niet meer stuk. Jérôme vindt immers dat dat klein gewest wat zich Brussel-Capitale noemt nu maar eens deftig moet uitgebreid worden tot iets wat ten minste op iets trekt dat enig belang heeft. Niet zo een klein beetje dus maar met een heel pak goed volk uit Brabant. Ewel dat vinden wij, de Hertogen, nu ook zie. 't Is spijtig dat de mensen hun geschiedenis niet meer kennen maar in den tijd dat wij het nog voor het zeggen hadden, hadden we ten minste iets te zeggen over ne lap grond die een beetje groter was dan dat moeras waar de Brusselaars hun hutten op gebouwd hebben. Nu kent ge ons gedacht wel over die Brusselaars en volgens ons kan het ook geen kwaad dat daar ook een beetje serieuze mensen, zoals onze vrienden Lodewijk uit Leuven of Geldenaken, ge moogt kiezen, mee de zaak zouden in handen nemen.

Nu zullen ze natuurlijk in Kortrijk en in Antwerpen op hun achterste poten gaan staan als ze ons zo bezig horen. Sinds de Guldensporenslag denken ze daar dat Vlaanderen door ons Heer zelf op de landkaart werd gezet, zo ergens tussen den tweede en den derde dag van zijn Scheppingsweek. Maar wij weten wel beter. In onzen tijd hadden wij residentie in die schone stad Leuven en als we goesting hadden om eens naar den buiten te gaan sprongen we in onzen carosse en na nen goeden dag rijden hoorden we dan de vogelkes fluiten. Dat ons geburen daar heelder dagen aan een stuk lawaai maakten omdat ze weer eens hunne meiboom geplant hadden namen we er gerust bij.

Maar om bij onzen Jérôme te blijven, wat wij nooit niet hebben kunnen begrijpen is dat ons volkske, de Brabanders dus, zich zo gemakkelijk dat stukske moeras van hunnen boterham hebben laten afpakken. Wij lachen er nu wel een beetje mee maar dat is omdat we Brussel gekend hebben voordat wij zelf ze daar hebben leren lezen en schrijven maar sindsdien is het daar toch wel een beetje veranderd. En bovendien, wij Brabanders zijn nooit geen Vlamingen geweest hé. Jan Breydel en Pieter De Coninck mogen dan wel een standbeeld hebben in Brussel maar eerlijk gezegd, toen die mannen daar aankwamen verstonden we zelfs niet wat ze vertelden. Die slikten de helft van hun woorden in en de andere helft bleef in hun gehemelte steken.

Enfin, nu serieus. Onze Jérôme vertelt daar iets in zijn artikelke dat eigenlijk nog niet zo slecht gezien is, als ge het ons vraagt. Als ge Brussel wilt uitbreiden, en het ziet er naar uit dat onze vriend Meingein daar op aanstuurt, dan moede dat niet doen met hier en daar een dorpke maar met alle Brabanders. Want, zegt hij, dan zijn ze daar ongeveer met evenveel die Frans en Vlaams klappen en dan zullen ze wel ophouden met ruzie te maken. Ewel dat verstaan wij nu goed zie. In onzen tijd gingen wij ook alleen maar een beetje vechten als we wisten dat we met meer volk waren. Zolang we met evenveel waren, waren we goei vrienden en als we wisten dat den andere kant met meer volk was, waren we zelfs heel goei vrienden!

Wij Hertogen kunnen daar uit experientie nog iets aan toevoegen. Wij gingen in Leuven ons contributies ontvangen en gingen ze dan in Brussel opdoen. Vandaag gebeurt er precies just het omgekeerde. Overdag gaan de Brabanders in Brussel hunnen boterham verdienen en na 5 uur 's avonds (allé, 4 uur voor de meesten) gaan ze dienen boterham buiten Brussel smeren en opeten. Tot groot plezier van onze Lodewijken want die ontvangen daar hun contributies op maar in Brussel zitten ze, volgens ons toch, met een serieus probleem want daar blijven ze alleen maar met de kosten zitten..

Jérôme beste vriend, het wordt hoog tijd dat gij daar in Hertoginnedal eens aan de deur gaat kloppen. Ge moogt dat doen met ons groeten. Ge moogt hen zelfs zeggen dat ze onze titel mogen gebruiken om dat nieuwe gewest van u ne naam te geven. Hertogdom Brussel, neen pardon, Brabant, dat klinkt toch niet slecht hé. In onzen tijd deden de mensen daar hunnen hoed voor af. Of weede wa, noemt het meteen Groothertogdom Brabant. In Luxemburg bestaat al zoiets en volgens ons marcheert dat daar heel goed. De huidigen Hertog van Brabant kan dan ook promotie maken en gij Jérôme slaan we tot Ridder. Wij, Hertogen van Brabant, zijn u in ieder geval zeer dankbaar om ons eindelijk een beetje in ere te herstellen. Tot fleus.


Gepost door Stefan Ector op August 22, 2007 | | Commentaren (0)



Post een reactie

(Als dit je eerste reactie is, zal deze eerst moeten goedgekeurd worden door de site-eigenaar. Tot dan zal de reactie niet verschijnen op de site. Bedankt voor het wachten.)