Politiek

Geheel in de populistische geest van deze tijd zou ik kunnen zeggen dat ik geen politicus ben. Dat is natuurlijk nonsens. Iedereen die een politiek mandaat bekleedt is politicus, willens nillens. Ik ben pas recent verkozen in de gemeenteraad van Sint-Lambrechts-Woluwe. Maar in feite ben ik al jaren bezig met politiek, achter de schermen weliswaar. Hieronder vindt u, in het kort, het overzicht van mijn belangrijkste activiteiten in en rond de politiek. De lezer die meer wil weten over mijn verschillende activiteiten in de politiek kan gerust verder lezen.

Ik ben:

- gemeenteraadslid in Sint-Lambrechts-Woluwe sinds 8 oktober 2006,
- lid van de commissies handel en economie, financiën en begroting, jeugd en sport van de
gemeenteraad van Sint-Lambrechts-Woluwe,
- lid van het Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) van Sint-Lambrechts-Woluwe
- lid van de raad van beheer van het Sportfonds van Sint-Lambrechts-Woluwe,
- gewezen kabinetschef van de Brusselse VLD-ministers van Financiën en Begroting
Annemie Neyts en Guy Vanhengel,
- gewezen adviseur van VLD-voorzitters Guy Verhofstadt en Herman De Croo,
- gewezen politiek directeur van de VU Vlaamse Vrije Democraten,
- voorzitter van het Brussels Agentschap voor de Onderneming.


Gemeenteraadslid in Sint-Lambrechts-Woluwe

Op 8 oktober 2006 werd ik verkozen als gemeenteraadslid van Sint-Lambrechts-Woluwe. Voor het eerst en nadat ik me voor de eerste keer kandidaat stelde in Sint-Lambrechts-Woluwe. 561 kiezers kozen voor mij. Een hele eer maar vooral ook een hele verantwoordelijkheid. Gedurende 6 jaar wordt ik geacht hun stem in de gemeenteraad te verdedigen.

Ik werd verkozen op de lijst CAP Woluwe. Ik was de enige VLD-kandidaat op deze lijst die in feite een verzameling was van alle democratische oppositiepartijen. Het initiatief van deze lijst werd genomen door gewezen schepen en Brussels parlementslid Danielle Caron. Danielle Caron is wat men gerust kan noemen, een stemmenkanon. Bij de jongste verkiezingen kreeg ze meer dan 4.000 stemmen achter haar naam, goed voor meer dan éénderde van de stemmen van de lijst.

Het is dankzij Caron dat de VLD een plaats kreeg op deze lijst. Ik heb Danielle tijdens de campagne leren kennen als een erg gedreven politica, heel erg begaan mat haar gemeente en heel bereikbaar voor iedereen. Dat verklaart ook haar goede score. Zij is zonder twijfel de morele overwinnaar van deze verkiezingen. Meer informatie over Danielle Caron vindt u hier.

De uittredende MR-meerderheid heeft op 8 oktober een krappe meerderheid kunnen behouden, weliswaar met de steun van enkele gewezen PSC-ers, nu verzameld in de CdF. Na de verkiezingen werd deze meerderheid nog versterkt door de 2 PS-ers die op de lijst CAP Woluwe verkozen waren en door onafhankelijk raadslid en gewezen CD&V-er Lienart. Hun inhoudelijke inbreng in de nieuwe meerderheid is nihil maar ze mogen wel mee aan tafel als het erop aankomt postjes binnen te rijven. PS-er De Coster wordt OCMW-voorzitter en Lienart krijgt het voorzitterschap van enkele goedbetaalde vzw's. Vooral van deze laatste is dit onbegrijpbaar. Als Nederlandstalige verkozene steunt hij een meerderheid die weigert een Nederlandstalige schepen aan te stellen. Sindsdien noem ik hem het kameleon-raadslid. Hij slaagt erin zich aan te passen aan alle kleuren van de politieke regenboog. Als het maar opbrengt, blijkbaar! De samenstelling van het nieuwe college vindt u op de officiële website van de gemeente. Om het u gemakkelijk te maken, hier dus.

Danielle Caron heeft zich ondertussen tot de CdH bekeerd. CAP Woluwe bestaat sindsdien nog uit CdH, Ecolo (met de steun van Groen!), CD&V en VLD. Het lijkt me vrij logisch dat al deze partijen stilaan opnieuw hun eigen weg gaan. Zij komen bijvoorbeeld elk apart op bij de volgende federale en gewestverkiezingen. CAP Woluwe wordt dan meer een technische samenwerking, eerder dan een politieke groep.

Wat de VLD betreft, is het eenvoudig. Ik zelf zal in de oppositie een constructieve houding aannemen. Ik ben verkozen om onze gemeente te helpen vooruit gaan, zelfs al maak ik deel uit van de oppositie. Als liberaal heb ik ook geen zin om voortdurend te gaan dwarsliggen tegen een bestuur waarvan ook de Franstalige liberalen deel uitmaken. Ik zal dit college beoordelen op haar concrete voorstellen en zal zelf ook regelmatig ideeën voorstellen die ik en de VLD belangrijk achten. Het steriele spel van oppositie tegen meerderheid (en omgekeerd) is niet aan mij besteed. Tot hiertoe lijkt dit te lukken. Ik zal wel regelmatig evalueren of deze meerderheid, onder leiding van burgemeester Olivier Maingain, de moed heeft om op een positieve manier met de oppositie samen te werken en zo nodig mijn houding enigszins bijstellen.


Ex-kabinetschef van ministers Annemie Neyts en Guy Vanhengel

Tot begin juni van vorig jaar was ik kabinetschef van de VLD-ministers in de Brusselse regering, eerst dus Annemie Neyts, vervolgens Guy Vanhengel. Tijdens deze 7 jaar heb ik enorm veel opgestoken over het goed en slecht functioneren van de overheid, zowel in Brussel als in Vlaanderen.

Enkele periodes uit deze 7 jaar en enkele realisaties zullen me altijd bijblijven. Om te beginnen het opstarten van het kabinet. Voor het eerst in het bestaan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kon de VLD deel uitmaken van de regering. We erfden de bevoegdheid financiën en begroting van CD&V-minister Jos Chabert. Nu ja, erven is een groot woord. Bij de bevoegdheidsoverdracht kregen we welgeteld één kartonnen doos toegestopt met de laconieke mededeling dat dit nu de begroting van het gewest was, een overzicht van enkele cijfers zonder enig systeem, zonder beheersinstrumenten, nougabollen zoals ze in Brussel zeggen. Wel moesten we op drie maand tijd de begroting voor het jaar nadien in mekaar boksen. Dag en nacht werd er gewerkt door een heel kleine ploeg medewerkers en zonder al te veel steun van de administratie. Kan het ook anders, het kabinet Chabert beheerde de begroting volledig zonder de administratie hierbij te betrekken. Maar we zijn er wel in geslaagd om de klus te klaren. Tegelijkertijd hebben we ervoor gezorgd dat de Brusselse administratie eindelijk de instrumenten kreeg om een degelijk begrotings- en financieel beleid te voeren. De schulddienst werd uitgebouwd, de middelen worden nu allemaal beheerd binnen één centrale dienst, waar dit voordien in elke dienst en instelling afzonderlijk gebeurde, er is een volledig beheersinstrument uitgebouwd om de budgettaire evolutie dag aan dag te volgen, er werd een interne auditing en controle ingesteld ...

Bovendien hebben we ook enkele ingrijpende belastinghervormingen kunnen verwezenlijken. Het kijk-en luistergeld werd afgeschaft. De gewestbelasting werd hervormd en wordt nu zelfs gehalveerd. De registratierechten op de aankoop van de enige gezinswoning werden drastisch verlaagd waardoor het interessanter werd voor (jonge) gezinnen om een woning te kopen in het BHG. De schenkingsrechten werden eveneens verlaagd zodat vele ouders en grootouders nu, in alle klaarheid en zonder zich blauw te betalen aan belastingen, schenkingen kunnen doen aan hun kinderen en kleinkinderen. In dezelfde lijn werden ook de erfenisrechten aan kinderen en broers en zussen aanzienlijk verlaagd. Ik kan toch wel met enige fierheid stellen dat de komst van de VLD, ondanks het relatief kleine gewicht van onze partij in termen van kiezers, wel degelijk het verschil heeft gemaakt in de politiek van de Brusselse regering.

Waarschijnlijk de mooiste periode tijdens deze 7 jaar is deze toen minister Guy Vanhengel ook de bevoegdheden inzake Sport en Brussel in de Vlaamse regering kreeg toegewezen. We wisten dat de kans groot was dat dit maar voor een beperkte periode zou zijn. We hebben toen alles op alles gezet om zo snel als mogelijk een hele reeks maatregelen en investeringen te realiseren. Guy's voorganger op deze post, Bert Anciaux, had er immers gedurende jaren niets van gebakken. Zijn persoonlijke dada was de cultuur, zeker niet de sport. Binnen de korste keren wist dat ganse sportwereld dat ze eindelijk een minister hadden met een hart voor de sport. De lijst van de verwezenlijkingen op 1 jaar tijd is lang, zeer lang. Wie ze allemaal eens wil bekijken kan best eens naar de website van minister Guy Vanhengel surfen.

Eén sportieve verwezenlijking uit die periode ligt me bijzonder nauw het hart: de bouw van het overdekte Wielercentrum Eddy Merckx aan de Blaarmeersen te Gent. De Vlaamse overheid had daar ooit een niet-overdekte wielerbaan gebouwd, een ware miskleun die een groot deel van het jaar onbruikbaar was wegens te slecht weer en nauwelijks werd onderhouden. Het "probleem" werd ons gesignaleerd door de toenmalige Directeur Sport van de Vlaamse Gemeenschap, Freddy Missotten. "En stoemelings" meldde hij dat er nog een beetje geld opzij stond om hier iets aan te doen. Dat beetje geld was echte wel een beetje, 1,25 miljoen euro om precies te zijn, nauwelijks voldoende om het dak van de tribune te vervangen. Freddy wist toen nog niet dat hij in Guy Vanhengel en mezelf twee echte wielerliefhebbers ontmoette. We zijn immers allebei opgegroeid met de heroïsche zeges van onze god Eddy Merckx. Ter plekke heeft Guy dan ook het licht op groen gezet voor een nieuw project op voorwaarde dat het "iets deftigs" werd. Freddy en ik zijn er toen, met de onmisbare hulp van technische directeur Michel Van Espen van het Bloso, in enkele maanden tijd in geslaagd om niet enkel de financiering te vinden, alle betrokkenen op dezelfde golflengte te krijgen, maar ook al de eerste ontwerpplannen te hebben voor de bouw van het Wielercentrum Eddy Merckx, een overdekte wielerbaan met trainingscentrum voor de Vlaamse Wielerbond, mogelijkheden voor stages en de organisatie van wedstrijd, kortom een "state of the art" wielercentrum met alles erop en eraan. Wie dit centrum eens wil bewonderen moet hier even klikken. Het allermooiste moment van heel deze periode was toen Guy en ik het hele project voorstelden aan onze held Eddy Merckx en hem vroegen om zijn naam te mogen gebruiken voor de naam van het centrum. Voor ons beiden was het een eerbetoon aan de grootste wielrenner ooit, een eerbetoon dat door een geëmotioneerde Eddy bijzonder sterk op prijs werd gesteld.


Het begin bij de VU, Vlaamse Vrije Democraten

Na mijn studies als TEW-er met een specialisatie in politieke economie, kon ik in 1985 aan de slag gaan als universitaire medewerker van VU-kopman Jaak Gabriëls. Jaak was toen fractieleider in het parlement. Ik kende Jaak vanuit kranten en tijdschriften. Hij verpersoonlijkte de vernieuwende strekking binnen de VU, was erg begaan met werk en ecologie en was erin geslaagd een einde te maken aan een decennialange meerderheid van de CVP in zijn gemeente. Hij was de coming man van de VU en moest deze partij verbreden met minder communautaire en meer maatschappelijke thema's en publieken.

Toen Jaak Gabriëls voorzitter werd van de VU kon ik aan de slag als adviseur van de studiedienst, korte tijd later als directeur van deze dienst en nog een tijdje later als politiek directeur van deze partij. Veel belangrijker dan deze functies was de inhoud van de job. In 1987 kreeg de VU de kans om deel te nemen aan de federale regering. Het was de regering die door Jean-Luc Dehaene in de steigers werd gezet - "Sire geef me honderd dagen" - en die een belangrijke fase in de staatshervorming zou realiseren met onder meer een enorme overdracht van bevoegdheden naar de gewesten en gemeenschappen, de financieringswet en de creatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Als "gamin" in de politiek kon ik mee onderhandelen in verschillende werkgroepen en was ik secretaris van de VU-delegatie in de algemene onderhandelingsgroep op Hertoginnedal. Ik was met voorsprong de jongste in dat gezelschap. Rond de tafel zaten mensen als Willy Claes, Guy Spitaels, Louis Tobback, Hugo Schiltz,... het was een meer dan interessante ervaring.

Jaak Gabriëls bleef op post als voorzitter van de partij en wilde mij als rechterhand houden om de partijlijn in de regering te bewaken. Zo werd ik politiek directeur van de VU. Door in de regering een belangrijk deel van het communautaire programma van de partij te verwezenlijken, groeide echter geleidelijk aan een levensgroot probleem voor deze partij. Welke weg zou de partij na deze regeringsdeelname inslaan, zowel communautair als maatschappelijk. Een geheel van breuklijnen tekende zich af. Er was de strijd tussen de federalisten (waartoe ik mezelf reken) en de seperatisten, de tegenstelling tussen links en rechts, liberaal en socialist. Tussen de vleugel die in de CVP nog steeds de moederpartij zag en diegenen die geloofden in een onafhankelijke koers. Komt daar nog bij dat aan de zijlijn een Vlaams Blok stond dat zeker voor heel wat communautaire hardlijners binnen de VU een sterke aantrekkingskracht uitoefende. Voor steeds meer mensen werd het duidelijk dat de VU dreigde een eindig verhaal te worden. In een ultieme poging werd een brede herprofileringscampagne opgezet. De oude Volksunie zou de Vlaamse Vrije Democraten worden, een ongebonden, pluralistische en vrijheidsdenkende partij. Onder druk van de oude garde werd de nieuwe naam aangepast tot VU Vlaamse Vrije Democraten, een teken aan de wand dat de hele operatie niet van een leien dakje zou verlopen. Mij viel vooral de reactie van een zeker Guy Verhofstadt, toenmalig voorzitter van de PVV op. Niet de VU waren de Vlaamse Vrije Democraten maar de Vlaamse liberalen, liet hij in de kranten optekenen. Een analyse die maanden later door vele, toen al ex-, VU-ers onderschreven werd.

De verkiezingen volgend op de regeringsdeelname verliepen catastrofaal voor de VU. Vooral veel communautaire hardlijners, voor wie niets anders dan een zelfstandig Vlaanderen aanvaardbaar was, verlieten de partij voor het Vlaams Blok (één van de oorzaken van de eerste Zwarte Zondag). Ondanks dit verlies werd de partij door informateur Guy Verhofstadt uitgenodigd om te praten over de vorming van een alternatieve regering zonder de CVP. Deze poging mislukte omdat CVP en socialisten vrij snel terug in bed kropen. Tijdens deze gesprekken waren mensen als Verhofstadt, Gabriëls en Schiltz wel tot een gelijklopende analyse gekomen. Vlaanderen had nood aan meer ontzuiling, minder overheidsbetutteling, meer economische slagkracht. Uit deze analyse zou later de VLD groeien.

De VU zelf stond nu voor een cruciale maanden Het voorzittersmandaat van Jaak Gabriëls liep ten einde hij stelde zich niet meer opnieuw kandidaat. Uiteindelijk won Bert Anciaux deze voorzittersverkiezing met een programma dat klok radikaal terug draaide: seperatistisch en maatschappelijk links van de SP. Ik zelf kon me absoluut niet vinden in deze nieuwe partijlijn. Na twee weken heb ik dan ook mijn ontslag ingediend en aangekondigd dat ik wilde meewerken aan de oprichting van een vernieuwende, liberale partij. De dag nadien titelde De Standaard dat de liberaal Ector van de VU eindelijk kleur had bekend. Een mooi compliment vond ik dat.

De maanden die hierop volgden heb ik, als vrijwilliger, meegewerkt aan de oprichting van de VLD, de Vlaamse Liberalen en Democraten. Eens deze partij boven het doopvont werd gehouden kon ik aan de slag als adviseur van de VLD-voorzitter Guy Verhofstadt, nadien van Herman De Croo, later opnieuw van Guy Verhofstadt.


De Vlaamse Liberalen en Democraten, Partij van de Burger

Deze beginmaanden en -jaren bij de VLD waren wellicht de meest opwindende van mijn ganse professionele loopbaan. Met een bijzonder kleine ploeg medewerkers - woordvoerder Guy Vanhengel en zijn adjunct Marino Keulen, Bart Somers en ik zelf als adviseurs en algemeen directeur Clair Ysebaert en een kleine ploeg administratieve krachten - stonden we Guy Verhofstadt bij in de dagelijkse werking van de partij. De VLD bepaalde in die periode permanent de politieke agenda van het land.

Het ene na het andere congres werd georganiseerd. De doelstelling was immers een compleet nieuwe partij uit te bouwen en alle leden (oud-PVV-ers zowel als nieuwelingen) de kans te geven mee het programma uit te schrijven. We organiseerden een Groot Referendum waarbij we hoopten een 40.000 antwoorden te krijgen en we uiteindelijk overstelpt werden met 400.000 ingevulde exemplaren van het referendum. De alle besturen van de partij, van het nationale bureau tot de kleinste afdeling werden vernieuwd door algemene interne verkiezingen waarvoor alle leden zich konden kandidaat stellen en stemrecht hadden, een unicum in de Belgische politiek. We bezochten alle afdelingen en arrondissementsbesturen om de vernieuwende ideeën te verspreiden. Kortom, onze partij had iets revolutionairs.

Werken aan de zijde van Guy Verhofstadt was natuurlijk een belevenis op zich. Deze man is zeer veeleisend van zijn omgeving, kent dag, noch uur, maar is enorm inspirerend en heeft iets visionairs. In tegenstelling tot het gros van zijn politieke collega's durft hij risico's nemen, overtuigd van zijn visie en de noodzaak om hetgeen scheef loopt recht te zetten en hetgeen vastgeroest zit opnieuw in beweging te brengen.

Het enthousiasme van de VLD straalde ook af op de publieke opinie. Maand na maand kreeg de partij topscores in de opiniepeilingen. Politieke commentatoren en opiniemakers schreven dag na dag dat de tijd rijp was voor de grote verandering in onze samenleving. Een verandering die geleid zou worden door de nieuwe Vlaamse Liberalen en Democraten. Wij, mandatarissen, bestuursleden en medewerkers geloofden dit, ook omdat we het zo graag wilden geloven. Wellicht de grootste vergissing die we konden maken.

De eerste belangrijke verkiezingen die volgden op de stichting van de VLD kwam de ontnuchtering dan ook hard aan. Opnieuw maakte Vlaanderen een ruk naar rechts. CVP en vooral SP, met als boegbeeld de verpersoonlijking van het burgerlijk conservatisme Louis Tobback, waren erin geslaagd de Vlamingen angst aan te jagen voor de vernieuwingsdrang van de VLD. We scoorden goed maar onvoldoende om de krachtverhoudingen te wijzigen. Een nieuw begrip was geboren: de VLD boekte een overwinningsnederlaag. De ontgoocheling binnen de eigen rangen was natuurlijk behoorlijk groot. We realiseerden ons dat de weg naar vernieuwing langer zou zijn dan velen gehoopt hadden. De partij nam bij de volgende voorzittersverkiezingen collectief de beslissing om een periode van rust en stabiliteit in te bouwen. De populaire Herman De Croo werd aangeduid om de leiding hiervan als voorzitter in handen te nemen.

De groep "angry young men" die de kern van de medewerkers van Guy Verhofstadt vormden viel uiteen. Guy Vanhengel werd parlementslid in Brussel, Marino Keulen in Vlaanderen. Bart Somers volgde Guy Verhofstadt las senaatsmedewerker. Ik zelf bleef op post op het partijsecretariaat. Velen begrepen dit niet. Zij zagen Herman De Croo als antipode van Guy Verhofstadt en vreesden dat de vernieuwing zou orden teruggedraaid. Dit is echter niet het geval geweest. Herman heeft een compleet andere stijl dan Guy, minder academisch en visionair, meer gericht op de dagelijkse beslommeringen van de burgers, meer toegankelijk. Ik heb echter wel van nabij kunnen vaststellen dat hij dezelfde ideeën deelt, soms zelfs een stuk verder gaat in de vernieuwing, soms voorzichtiger is en behoedzamer. Ik heb dan ook graag gewerkt voor Herman De Croo. Ondanks mijn nauwe ideologische verwantschap met Verhofstadt vertrouwde hij mij volledig en liet me ook mee de inhoudelijke partijlijn uitstippelen. Bovendien is hij een zeer aangename, vriendelijke en warme mens die echt begaan is met zijn medewerkers en met zijn partij.

Guy Verhofstadt zelf nam zijn mandaat als senator zeer ter harte en bouwde van daaruit verder aan zijn politieke strategie om de VLD klaar te stomen voor de volgende electorale uitdaging. Die kwam er wellicht eerder dan verwacht, met een beetje geluk wellicht. Een malafide vetmester vormde de aanleiding voor de dioxinecrisis. De ongelooflijk domme en arrogante reactie hierop van de zetelende rooms-rode regering, vormde, na jarenlange onthullingen omtrent Agusta en andere schandalen, de ideale voedingsbodem voor een kentering in het behoudsgezinde Vlaanderen. De tijd was rijp voor een eerste paarse regering.

Annemie Neyts werd de eerste VLD-minister in de Brusselse Regering. Met een "Lettre d'amour voor Brussel - Liefdesbrief pour Bruxelles - had ik mee de aanzet gegeven voor de verbreding van ons kiespotentieel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ik werd gevraagd om haar kabinetschef te worden. Voor het eerst in 15 jaar zette ik de stap van zuiver partijwerk naar beleidsondersteunend werk. Hoe het verder ging kon u al hierboven lezen.


Voorzitter van het Brussels Agentschap voor de Onderneming

Tijdens mijn professionele loopbaan in de politiek heb ik ook verschillende mandaten, namens de partij, in publieke en semipublieke organisaties opgenomen. Zo was ik secretaris van gemeenschapscentrum De Markten (waar ik onder meer gezorgd heb voor de opening van het populaire café De Markten), beheerder van de Ancienne Belgique, beheerder van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding en Regeringscommissaris in de MIVB, de Brusselse vervoersmaatschappij.

Om meteen één van de hardnekkige vooroordelen over de politiek de wereld uit te helpen, de meeste van deze mandaten zijn onbezoldigd. Het waren wel telkens boeiende uitdagingen om een stukje verantwoordelijkheid op te nemen voor de samenleving en interessante ervaringen met verschillende groepen medewerkers en zeer diverse domeinen.

Vandaag ben ik nog enkel voorzitter van het Brussels Agentschap voor de Onderneming (BAO). Dit BAO stelt zich tot doel de openbare gesprekspartner bij uitstek te zijn voor al wie in het Brussels Gewest wil ondernemen, of het nu om projectdragers, beginnende of volleerde ondernemers, KMO's, zelfstandigen of buitenlandse investeerders gaat.

Als draaischijf voor het ondernemingsinitiatief te Brussel, geeft het BAO de onderneming de mogelijkheid om op één enkele plaats alle informatie te verkrijgen omtrent het oprichten of het uitoefenen van een economische of vernieuwende activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Op basis van de behoeften van het bedrijf en dankzij zijn uitstekende kennis van alle openbare en private instellingen, kan het BAO de gewenste dienst of informatie opsporen en aldus het bedrijf gidsen naar de instelling of partner die het best kan bijdragen tot de verwezenlijking van het bedrijfsproject. In die zin, speelt het BAO de rol van toegangsplatform naar de andere Brusselse instellingen. Alle informatie over het BAO vindt u hier.

Als voorzitter zit ik de vergaderingen van het bureau, de raad van beheer en de algemene vergadering voor. Zonder betuttelend te zijn, probeer ik het dagelijkse werk zoveel als mogelijk op te volgen en, indien gewenst, de ploeg ook bij te staan met raad en daad. Bovendien tracht ik de belangen van de organisatie ook te verdedigen naar de zogenaamde voogdijminister, in dit geval Brussels minister van Economie en Tewerkstelling Benoît Cerexhe. In de andere richting is het ook mede mijn taak om de beleidslijnen van deze voogdijminister binnen het BAO te bewaken.

Dit voorzitterschap is zeer boeiend. Binnen het BAO werken we met een heel dynamische, polyvalente en internationale ploeg medewerkers die zeer geëngageerd met hun job omgaan. Voor een groot stuk is dit de verdienste van de operationele directeur Bruno Wattenbergh die aan de basis ligt van één van de meest geoliede en flexibel gestructureerde overheidsinstellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook de relatie met Benoît Cerexhe (en zijn medewerkers) loopt op wieltjes. Benoît behoort tot de nieuwe generatie politici van ons gewest voor wie de inhoud van de job en de drang om een beter beleid tot stand te brengen primeren op machtspelletjes en persoonlijkheidscultus.

Eén van de eerste zaken die ik persoonlijk realiseerde voor het BAO was de verhuis van het agentschap naar Tour & Taxis, een schitterend kantoorontwikkelingsproject aan de haven van Brussel. Voordien waren de kantoren van het agentschap zeer krap gehuisvest in gebouwen van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, boven de bakkerij van le Pain Quotidien. Niet meteen de ideale lokatie om permanent startende en gevestigde ondernemers over de vloer te krijgen, noch een teken van aanmoediging voor deze ploeg medewerkers die dag in, dag uit het beste van zichzelf geven. Door te kiezen voor T&T, het stedenbouwkundige vitrineproject van het gewest, plaatsen we het BAO meteen ook in de vitrine van het economisch beleid van het gewest.

Deze verhuis hebben we aangegrepen om een echt feest van de Brusselse economie, de Brusselse bedrijven en de Brusselse economische overheidsinstellingen te organiseren: Brussels Knows How. Wie een sfeerbeeld wil krijgen van wat in het Brussels Gewest economisch mogelijk is moet hier maar even gaan kijken en zeker het geluid opzetten. Een opvolger van dit feest, waaraan 2.500 bedrijfsleiders, ambtenaren, politici, ... deelnamen, komt er dit jaar op initiatief van minister Cerexhe en het BAO naar aanleiding van Ondernemen 2007.